Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Does it spark joy?

Hoe verhuist een verzamelaar?

Antwoord: in héél veel dozen.

Mensen met spullen

Zoveel dozen dat zelfs de professionele verhuizers niet genoeg hadden en er overhaast nog naar de Hema moest worden gerend. ‘Het is een ziekte,’ zei een van de verhuizers, terwijl hij constateerde dat achter dat ene kastje nog weer een kastje schuilging – en alles tot de nok toe vol. Ze waren met zes man gekomen en het duurde veetien uur om J van zijn etage van 75 m2 plus zolder te verhuizen naar de tijdelijke woning om de hoek waar hij anderhalf jaar moet wonen totdat zijn huis gerenoveerd is.
Ik stond erbij en keek ernaar. Dat doe ik nu al jaren, soms met ergernis maar meestal met verwarring. Wie zijn die mensen met spullen? In mijn eigen tiny house (40m2 zonder opslag) past weinig – en ik mis er niks. Ballast, troep, unfinished business, no spark of joy – al die woorden had ik al wel eens laten vallen tegen J.
Maar waar een verhuizing voor mij een fris avontuur is, zag ik hoe heftig het was voor J, die zich kranig weerde.
Die avond zaten we aan mijn tafel met een laat souper, de storm was nog niet gaan liggen.
‘Ik ga even thuis wat schone kleren zoeken,’ zei J.
‘Wow,’ zei ik, ‘je noemt dat nieuwe huis al thuis.’ (er was nog geen doos uitgepakt, geen bed opgemaakt). Voor mij is een thuis iets dat geleidelijk ontstaat door de maaltijden die er gezamenlijk zijn gegeten, de liefde die is er is bedreven, de tranen die er zijn geplengd, de bloemen op tafel, de katten die er hebben gekotst, de buurvrouw die je groet op straat.
‘Waar mijn spullen zijn is thuis,’ zei J.

En toen snapte ik het eindelijk. Een beetje.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *