Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Strijdkreet

‘Als ik iets eng vind, ga ik soms zachtjes zingen,’ waarschuwde ik mijn dochter.

‘Ik ga naast mama,’ had ze net aangekondigd bij de enge sprookjesachtbaan.
Het was een bijzonder uitstapje. Hoe lang is het geleden dat ik met alledrie de dochters op pad was? En de Efteling… dat ze met zijn drieën nooit meer het sprookjesbos uit wilden? 

Busje

J had al het hele jaar door elk jarig kind een tripje naar de Efteling cadeau gedaan, inclusief de aanhang. En nu werden al die cadeaus in één keer gecasht. Om het groepsgevoel te versterken had ik een Mercedesbusje gehuurd waar we alle zeven in pasten. En ik reed! Dat alleen was al spannend: mijn kostbaarste bezit in de achteruitkijkspiegel.
Daar zaten ze en daar liepen ze, mijn meiden in al hun eigenheid. Met hun gedoetjes en grappen en ook nog eens met fikse pas want er moesten zoveel mogelijk dingen gedaan worden daar. Ja, ook het sprookjesbos en ze vonden het nog steeds heerlijk, ik heb ze goed opgevoed.
En hoe makkelijk liep J daartussen. Dit kan nu dus gewoon, dacht ik toen ik ze allemaal broederlijk naar beneden zag storten in een vrijevalachtbaan.
‘Ik ga zelf in één enge attractie,’ had ik aan het begin gezegd. Het werd De Vliegende Hollander, iets met een boot die een achtbaan is, met uit een huis vallen, ondergronds komen en dan weer omhoog en hup in het water.  Als kind was ik op de kermis de grootste dare devil van iedereen, ik wil die vrijheid weer terug. 

Ik ging helemaal niet zingen. Ik ging gillen. Echt hard. Zo hard dat ik in dat bootje van ons de grootste attractie werd, de vriend van de oudste vond het zelfs ‘de gebeurtenis van de dag’. Het verraste mij zelf ook. Maar toen ik later de foto terugkeek zag ik dat het geen paniek was geweest. Meer een soort Cherokee strijdkreet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *