Als jullie dit lezen dan zit ik in het vliegtuig (hopelijk).
Deze zomer was ik in Nederland, maar nu hier langzaam de zon steeds korter blijft, gaan J en ik nog even een week naar Rome. Geen idee nog wat we daar gaan doen. De meeste dingen waar je een ticket voor nodig hebt zijn al volgeboekt. We zien het wel.
Romereis
Lang geleden waren we er allebei op Romereis met de vijfde klas. We kenden elkaar toen niet. J ging in zijn eentje horrorfilms kijken in de bioscoop en te veel sambucca drinken met zijn klasgenoten. Maar wat hij zich het allerbeste herinnert, is dat ene heel bijzondere tartuffo ijsje op die ene plek. Ik daarentegen herinner me dat ik al die ouwe stenen saai vond, maar dat er prachtige veldbloemen tussen groeiden. Dat ik daar later mijn moeder uitgebreid over zat te vertellen en dat die moest lachen: ben je op het Forum Romanum met al die bijzondere oude tempels, zie je vooral de bloemen.
Toch wil ik eigenlijk weer zoiets. Off the beaten track, door wijken dwalen waar de Italianen zelf graag komen. Die stad en de mensen een beetje gaan snappen, voorzover dat gaat in acht dagen. Maar vooral moet er niets. We hebben een appartementje aan de Tiber, daar slapen we vannacht – wat een gezellige gedachte. Ik hoop dat het fijn is daar, maar zelfs als dat niet zo is, maken wij het er toch wel fijn.
J en ik hebben allebei gewerkt als paarden, we zijn er moe van. Dat wij samen even weg zijn, is al een attractie, eigenlijk boeit het niet waar. Als er maar goed eten is. Barretjes. Een beetje nazomerzon, bankjes, gekke binnenplaatsjes, wat mooie tot de verbeelding sprekende oude huizen.
En bloemetjes en tartuffo ijsjes.


