Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Sprong

‘Al is er straks maar één kind dat zich gezien voelt door jouw boek, dan is dat al goed,’ zei de vormgever tegen mij.

Vandaag komen de boeken dus aan in de winkels. Ikzelf wacht nog even met dat te vieren tot de officiële presentatie over anderhalve week.

Pronouns

Maar ondertussen houdt het me de hele tijd bezig. Gaat dit boek zijn/haar (ik ben nog niet helemaal zeker over de pronouns) weg vinden? Gaan mensen niet denken: wat een kutonderwerp, laat maar zitten? Gaan de boekwinkels het aandurven, de ouders? Het is een roman, geen zelfhulpboek of zoiets, en ik ben geen hulpverlener. Gaan ze dat zien? En wat zien ze sowieso, de lezers? Nu wordt het boek van hen, moet het weg bij mij. Dat gaat nog moeizaam.
Vanavond zit ik om 1930 in de studio bij Radio 1, om over het boek te praten. In de voorgesprekken merk ik dat mijn tekst daarover hapert. Het is alsof de woorden de sprong nog moeten maken van mijn zorgvuldig gecomponeerde verhaal naar dat andere meta-verhaal over het boek en de wereld. Ik praat sowieso zuiverder in geschreven taal. J haakt er wel eens bij af, bij mijn geklets, omdat het zo meandert, zo van de hak op de tak is. Dat is natuurlijk ook niet handig op de radio. Ik heb behoefte aan een of andere drug die alle ruis weghaalt.

Alles is eng.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *