Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Ja schat, het is zomer

Tussen mijn liefje en mij in ligt de markt.

Daar zie je me best vaak wandelen in de vroege ochtend, van zijn huis naar het mijne. Ik ben gestopt om dan oortjes in te doen, die kleine wandeling is namelijk eigenlijk vakantie. Als ik op citytrip zou zijn in een random stad en per ongeluk hier zou terechtkomen, zou ik enorm verheugd zijn.

Kersengranaatappelmacha

De stad is nog zo lekker aan het wakker worden, nog fris. In dure tentjes zie je expats ontbijten met tripple stacked pancakes of eggs Benny (met kalkoenbacon en brioche), ze spoelen het weg met kersengranaatappelmacha. De pastaman staat balletjes rollen, de stroopwafelvrouw ook maar dan van koekdeeg. De vismannen (“goeiemorgen dame”) storten hun kraam vol vers ijs, Johan van de kaas  (‘Heeee goeiemorgen’) is al helemaal op orde. In de Ferdinand Bol klingelen de trams en de fietsen, de eerste toeristen lopen wat verloren rond met kleine kinderen, de meeste winkels zijn nog dicht. In het buurtpark wemelt het van de honden, door de aangrenzende straten lopen de meiden van de Thuiszorg met hun grote sleutelbossen, die gaan de ouderen uit bed helpen. Al volop open zijn de gladde makelaarskantoren, ze lijken allemaal op elkaar met hun non-descripte bureaus en enorme computers. En de kittige meisjes erachter – ondanks hun kittigheid benijd ik ze niet. Nee, dan mijn snoezige kinderboekenwinkeltje, Het lijkt de shop around the corner van Meg Ryan, behalve dat deze winkel echt is, van vlees en bloed, met Karlijn en Maria erin.

Een jongen met roze haar passeert een gezellige Amsterdamse die staat te kankeren tegen een man die laconiek en in plat Amsterdams zegt: ‘Ja schat, het is zomer.’

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *