Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Zonnegeel

Als ik synesthesie had, zou het woord ‘Dunya’ geel zijn in mijn hoofd. Zonnegeel, warm, wijd.

Denken aan haar is altijd fijn, het zindert als ik haar voor me zie. Zij, Dunya, het kind dat ik misschien wel het allerbeste ken van de drie, soms bijna op een telepathische manier.

Nakomertje

Dat komt wellicht omdat ze, als nakomertje, toen ze een ukkepukkie was niet altijd mee kon doen met de symbiotische zussen. Waardoor ik vaak degene was die met haar speelde, zandkastelen bouwde, met haar tekende, haar knuffelde. En later, toen zij de puberteit in denderde en ik de menopauze, toen woonden we samen in een huis en zagen nogal veel van elkaar. Er zijn maar weinig mensen bij wie ik me nergens voor schaam en er is sowieso niemand anders naast wie ik kan zitten schrijven. Ze is mijn weak spot. En mijn leuke maatje. Ik zou zo weer met haar kunnen samenwonen, met plezier zelfs.
Tegelijkertijd snap ik – en snapt zij- dat die navelstreng echt is doorgeknipt, dat zij, als de steen in het water die steeds grotere kringen maakt, steeds verder van mij af leeft, haar eigen toekomst tegemoet. Als piloot, als astronoom, natuurkundige, wie zal het zeggen. Maar sowieso een toekomst waarvan ik ten diepste wens dat hij altijd zo blijft: warm zonnegeel.

Dit is een beetje sentimenteel stukje. Maar vandaag wordt ze 23, ver weg in Spanje, onze en mijn Dunya, en ik moet maar steeds zo aan haar denken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *