Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Zoeken naar de wolf

Misschien komt de wolf vannacht.

Er ligt hier in ieder geval een folder: wat te doen als u een wolf tegenkomt. Het is een beetje net als bij een beer, lees ik: je groot maken en dan veel lawaai produceren. Of 112 bellen, dat kan ook, zegt de folder.

De Appelstraat en de Akkerstraat

We zitten dus in een huisje in het bos, Mylou en ik. Een stuk verderop is een boerderijwinkel. Daar staat een meisje achter de toonbank dat zegt: ‘Ik moet er niet aan denken om in een dorp te wonen.’ Mylou en ik zijn even verward maar het meisje vindt een dorp dus al te druk, bedoelt ze. Zij woont hier in dit stukje landgoed waar alleen twee hele lange straten zijn – de Appelstraat en de Akkerstraat-  met af en toe een huis.  ‘Jullie kunnen bij de poel zitten,’ zegt de eigenaresse van de grote boerderij met de hooiberg. Verderop staan twee stoeltjes middenin het groen, waar het inderdaad lekker zit. Totdat het begint te regenen. Dus daar gaan we weer, met onze rode regenjasjes aan. In het sprookjeshuisje hebben we zelfs zelfgebakken koek, dus ik denk dat die wolf ook wel komt.
Over Mylou’s nog te maken voorstelling praten we, over mijn volgende boek, het helpt als je elkaar heel goed kent. Dat je ook snapt waar het schuurt. Ik weet nog dat een andere vriendin ooit een keer tegen mij zei over een boek: ‘Er zit niet genoeg wolf in.’ Te lief, bedoelde ze, een te veilig sprookje. Mylou en ik durven wolven in de ogen te kijken, al heel lang.

Misschien horen we ze vanuit ons bedje wel huilen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *