Categorieën
Verhalen van een Amsterdams leven

Verlegen

Een ode aan het verlegen kind, las ik ergens. Het ging over een nog te verschijnen kinderboek dat verlegen kinderen een hart onder de riem stak. Het mocht gewoon, verlegen zijn.

Diezelfde dag viel het woord nog een keer. Verlegen. Het kwam van mijn vriendin Mylou.

Schaamteloos

Als ik zelf nou iets NIET ben… Onzeker, ja, maar wie niet? Sociaal onhandig ook, soms. Ongemakkelijk in grote groepen zeker. Maar dat merk je dan eigenlijk niet aan me. Ik ben een bluffer, een brutale Amsterdammer. Ik durf mijn vinger op te steken in een volle bioscoopzaal en een vraag aan de regisseur te stellen. Een designwinkel in de PC Hooftstraat in te lopen en dingen te passen alsof ik het ook echt zou kunnen kopen. Ik heb ook, in tegenstelling tot ongeveer alle jonge mensen om me heen, geen telefoonangst. Ik kan best schaamteloos liegen en met een beetje geluk een hele sollicitatiecommissie om mijn vinger winden. Vind ik zelfs leuk.
Mylou en ik waren een goed team vroeger. Dat schattige, verlegen meisje met haar brutale vriendin. Samen konden we alles. En stiekem bewonderde ik haar natuurlijk enorm, wilde ik dolgraag ook zo lief zijn. Maar dat -lief zijn- vond ik zelf nou weer het allerengste.
Deze week zag ik Mylou op het podium. In haar eigen theater, met haar eigen talkshow, stijf uitverkocht. Háár gasten, háár band, haar lead. Heerlijk ontspannen nam ze de leiding. ’Hier droomde ik vroeger van,’ zei ze tegen de zaal. Alleen ik, haar moeder en haar zus (die ook in de zaal waren) begrepen ten volle de reikwijdte van die opmerking.

Ook dit was een ode aan het verlegen kind.

Als je me voor de blogjes op een kopje koffie wilt trakteren: https://petjeaf.com/annavanpraag (niet schrikken van het woord abonnement, het kan gewoon eenmalig).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *