Afgelopen dinsdag aan mijn tafel bespraken de kinderen die al samenwoonden de ‘huishoudbattle.’ Zo heette een quiz in de Volkskrant waar je precies kon zien hoe eerlijk of niet eerlijk de taken thuis verdeeld waren.
Toen ze weg waren, zocht ik de quiz op. Ik vulde hem in als de Anna die ik was toen mijn hele gezin nog thuis woonde.
Mentale last
De uitkomst was dat ik altijd 67% van de huishoudelijke taken deed. Dat klopte wel: ik was degene die minder en flexibeler was gaan werken toen het gezin groter en groter werd. Dat voelde toen logisch, er was totaal geen battle (hoogstens over het strijken van zijn overhemden).
Maar bij die quiz werd en passant ook berekend wat de “mentale last” was. Dat had te maken met het verschil tussen praktische taken en regeltaken. Die regelklusjes, schreef de Volkskrant, zijn misschien wat onzichtbaarder maar vragen wel om vooruitdenken en plannen. Oppas regelen, cadeautjes voor partijtjes fiksen, zorgen dat de zwemtas op de goede dag van de week klaarstaat (en ook meegaat naar school). De test vertelde dat die mentale last voor 100% bij mij lag. Niet eens 95, nee 100%.
Weer was ik niet verbaasd. En tegelijkertijd wilde ik dat ik deze test toentertijd had gehad. Toen ik vaak zo moe was, zo onbestemd bozig, zo verward over het kleine leven dat ik leidde en hoe dat mij opslokte. Had ik / hadden wij toen maar dit inzicht gehad. Dan had ik mijzelf, met deze cijfers in de hand, groter kunnen maken in plaats van kleiner.
Echt fijn dat mijn dochters het nu bewuster doen.


