Een jaar geleden ontmoette ik iemand op Texel.
Ik was daar op een school waar de verrukkelijke Angelica van de schoolbibliotheek een soort safe place had gemaakt. Ze had kaneelbroodjes gebakken, want ze was Zweeds.
Texel aan mijn keukentafel
Nou kwam dat heel goed uit want ik had net een Zweedse taartenbakster opgevoerd in het boek dat ik aan het schrijven was. Ik begon Angelica uit te horen over Zweedse namen en later, over de app, over Zweedse recepten. ‘Kladdkaka,’ zei ze, ‘elke zichzelf respecterende Zweedse bakker maakt deze kleverige (eigenlijk ongare) chocoladetaart.’ Ze stuurde een recept, ik maakte de taart, hij kwam (letterlijk met haar woorden) in het boek. We hadden ook gesprekken over prinsessentaart, de parel van het Zweedse gebak.
Deze zelfde leuke Angelica kwam dit weekend helemaal uit Texel naar me toe met twee boeken voor de school om te signeren. Dus daar zat ze ineens, Texel en Zweden aan mijn keukentafel. Voor die gelegenheid was ik op zoek gegaan naar de beste prinsessentaart die ik in Amsterdam kon vinden. Holtkamp had hem, de bakker van het koninklijk huis. Hij was goed, besloot Angelica, niet perfect – maar goed. Ze gaf me nog wat tips over hoe ik deze feesttaart eventueel zelf kon maken. En ze nodigde me uit om in de zomer bij haar in de tuin van haar Texelse huisje te komen. ‘Dan doe ik altijd fika. Ken je dat?’ Natuurlijk kende ik dat, het zat allang in mijn boek.
Dus nu weet ik niet precies of zij in mijn boek is gekomen – of mijn boek in haar.


